|
Kansenongelijkheid Hoog Opgeleiden: Onverzilverd Talent II
Waarom lukt het allochtonen die afgestudeerd zijn in het hoger onderwijs minder goed om aan ‘passend werk’ te komen dan autochtonen? Rondom die vraag is twee jaar geleden op verzoek van FORUM, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling (Utrecht) een rapport geschreven ‘Onverzilverd Talent’ op basis van een web-enquête en gesprekken met respondenten.
Daaruit rolde de these dat het in veel gevallen gaat om ‘maatschappelijke stijgers in één genratie’ en dat dat proces op zichzelf problemen met zich brengt. Logische vraag: zouden die problemen verwant zijn met die van autochtonen die komend uit de lagere sociale milieus het hoger onderwijs weten af te ronden? En: zou het kunnen dat het de betrokken categorie aan sociale en culturele hulpbronnen ontbreekt die anderen in dezelfde fase wel weten te mobiliseren? En valt dat tekort te compenseren?
Met die vragen is opnieuw een webenquête gehouden onder jonge afgestudeerden. Meer dan 1700 respondenten deden mee, waarvan ongeveer de helft allochtoon. Eind dit jaar verschijnt daarvan het verslag, maar niet dan nadat enkele tientallen respondenten er ook ‘live’ op hebben gereageerd en zonder dat een aantal arbeidsbemiddelaars hun visie op resultaten en interpretaties hebben gegeven.
Onverzilverd Talent II maakt inzichtelijk dat allochtone hoogopgeleiden veel vaker uit lagere sociale milieus komen en dat ze vaker ouderwetse zoekstrategieën hanteren die hen bovendien ‘ambtelijk’ zichtbaar maken als werkloos. Van deze hoogopgeleiden is hun etniciteit wél zichtbaar, hun sociale afkomst niét. Veel hoogopgeleide allochtonen hebben gemeen dat ze tegelijkertijd kansrijk en kansarm zijn: ze sprinten in één generatie over de volle lengte langs de maatschappelijke ladder omhoog. Het lonkende perspectief dat een bul op zak toegang verleent tot de privileges van de hogere sociale milieus, komt niet altijd uit. Er is méér nodig om die opleiding snel en succesvol te kunnen omzetten in een passende baan.
Overaccentuering van etnische afkomst als verklaringsgrond laat buiten beeld dat (kans)arme autochtone jongeren vergelijkbare problemen en fricties ondervinden in hun ontwikkelingskansen als veel jongeren van migranten.
Onderzoek: Paul Jungbluth, Universiteit van Maastricht © 2009, FORUM, Utrecht 56 pagina’s
|